6 september 2015
Geen reacties

Steeds meer gescheiden ouders kiezen ervoor om de zorg voor hun kinderen na de scheiding min of meer gelijk te verdelen. Ze kiezen voor co-ouderschap. 25 % van de kinderen met gescheiden ouders heeft twee huizen waartussen ze heen en weer gaan en waar ze ongeveer even lang blijven.

Uit onderzoeken blijkt dat kinderen zich bij een goed lopend co-ouderschap het beste voelen. Doordat beide ouders bij hun opvoeding betrokken zijn, hebben kinderen minder last van een loyaliteitsconflict of het gemis van een ouder.

De praktijk is ingewikkeld
De intenties van ouders die voor co-ouderschap kiezen zijn over het algemeen goed. Toch blijkt het in de praktijk nogal wat problemen met zich mee te kunnen brengen, waardoor een van de twee ouders na verloop van tijd een wijziging in de zorgregeling wil. En na een mislukt co-ouderschap staan de ouders vaak meer tegenover elkaar dan daarvoor. Goed dus om zorgvuldige afwegingen te maken voordat de keuze voor co-ouderschap wordt gemaakt.
En om direct het grootse misverstand weg te nemen……. Ook bij co-ouderschap kan er sprake zijn kinderalimentatie.

Is er voldoende financiële ruimte en goede huishouding?
Op en neer reizen tussen twee huizen moet praktisch mogelijk zijn. Als ouders het belangrijk vinden dat de kinderen beide huizen als ‘thuis’ ervaren zijn de eisen die er aan de inrichting worden gesteld groter. Er zijn meer dubbele voorzieningen nodig: goede slaapkamers, voldoende kleding en speelgoed, studieplekken, bergruimte voor fietsen.

De ouders zouden bij elkaar in de buurt moeten wonen, zodat het leven van de kinderen vanuit beide plekken als continu wordt ervaren. Het is voor de kinderen fijn als ze lopend of fietsend naar school en sportclubs kunnen en als ze bij papa en bij mama met hun vriendjes kunnen spelen.

Is de zorgverdeling een voortzetting van de praktijk tijdens het huwelijk?
Zijn beide ouders gewend om te zorgen? Zijn de kinderen gewend dat beide ouders voor hen zorgen? Hoe goed de kinderen ook worden voorbereid, een scheiding is voor kinderen altijd een ingrijpende gebeurtenis. Vanuit het perspectief van de kinderen is het dan ook belangrijk om verder zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Dus ook de dagelijkse en wekelijkse routines die ze gewend zijn om met een van de ouders te doen. De aanpassingen blijven zo tot een minimum beperkt. Ook de ouders kunnen terugvallen op de vertrouwde routines, waardoor het alleenstaand ouderschap minder zwaar kan vallen. Als de zorgverdeling met co-ouderschap sterk afwijkt van de gang van zaken tijdens het huwelijk is het van groot belang dat beide ouders een goede voorstelling hebben van wat die wijziging voor de kinderen, maar ook voor henzelf, inhoudt. Beide ouders zullen hun kinderen nu doordeweeks meemaken, in hun vrije tijd, in de weekenden, wanneer ze ziek zijn etc. Is de combinatie met een drukke baan realistisch? Het vraagt ook om veel meer afstemming en uitwisseling van informatie met elkaar. Wil je dat?

Degene die altijd het meeste zorgde (en dat is in de meeste gevallen nog steeds de moeder) moet:

  • een deel van de regie over de opvoeding en zorg opgeven.
  • bestaande routines veranderen,
  • de andere ouder veel en vaker informeren (over school, gezondheid, vrijetijdsbesteding) dan zij voorheen gewend was ,
  • de planning samen met de vader organiseren, terwijl ze dat misschien altijd alleen deed,
  • meer overleggen over beslissingen die genomen moeten worden.

 

Degene die nu meer en intensiever tijd met de kinderen gaat doorbrengen dan voorheen (en dat geldt in de meeste gevallen voor de vader) onderschat vaak wat het betekent voor zijn beschikbare energie en bewegingsvrijheid, welke vaardigheden er gevraagd worden en hoeveel en hoe vaak er met de ex overlegd moet worden. Vaak hebben zij een achterstand in kennis en ervaring en zijn ze minder goed bekend met de netwerken rondom de kinderen (school, vriendschappen, sport). Meestal hebben zij een volledige werkweek en moeten daarnaast ineens veel zorgtaken overnemen, waardoor het moeilijk is om een goede balans te vinden tussen werk en zorg voor de kinderen.
Als de moeder bereid is om kennis en ervaring te delen en de vader daarvoor openstaat heeft co-ouderschap een kans van slagen.

Hebben ouders dezelfde opvattingen over opvoeden?
Aangezien je het samen gaat doen is het belangrijk dat de verschillen niet al te groot zijn en dat je de verschillen van elkaar accepteert. Kinderen kunnen uitstekend omgaan met relatief kleine verschillen in opvoeding door hun ouders, als die verschillen voorspelbaar en terugkerend zijn, en als de ouders die verschillen accepteren en elkaar niet voortdurend saboteren. Als er tijdens het huwelijk al fundamentele verschillen of onenigheid over de opvoeding bestond, zal dit bij co-ouderschap sneller tot conflicten leiden dan bij andere regelingen. Vooral degene die een striktere opvoedstijl heeft zal zich vaak gesaboteerd voelen door de ouder die ‘gemakkelijker’ is met de regels.

Bijkomend probleem: vaak gaat de ouder die zich tijdens het huwelijk aanpaste aan de opvattingen en stijl van de dominante ouder, na de scheiding eigen afwijkende opvattingen ontwikkelen. Een nieuwe partner kan de zaken ook compliceren, vooral als hij/zij ook kinderen heeft of zich actief met de opvoeding en de zorg voor de stiefkinderen gaat bemoeien.

Kunnen de ouders met elkaar communiceren en beschikken zij over probleemoplossende vaardigheden?
Aangezien je het samen gaat doen, is het belangrijk dat je met elkaar kunt praten en naar elkaar kunt luisteren. Ook belangrijk dat je, in het geval er conflicten ontstaan, in staat bent om deze samen op te lossen.

In co-ouderschap zijn de ouders op elkaar aangewezen. Een verschil in mening over de opvoeding kan sneller tot conflicten leiden.

Bij co-ouderschap worden alle aspecten van de dagelijkse zorg gedeeld. Het vraagt daarom om meer afstemming over de planning, afspraken moeten gemaakt worden (soms door de ander in ‘jouw’ tijd), beslissingen worden samen genomen. Open communicatie, volledige informatie-uitwisseling en vertrouwen in de integriteit van de ander zijn noodzakelijk. Het valt echter meestal niet mee om de ander na een pijnlijke breuk weer in het eigen leven toe te laten. De een kan het gevoel hebben betrokken te willen zijn, de ander kan dat voelen als bemoeizucht. De wederzijdse afhankelijkheid die co-ouderschap met zich meebrengt kan ervaren worden als een inbreuk op je privacy. De verwerking van de scheiding kan moeilijker zijn, omdat je noodgedwongen regelmatig contact met elkaar hebt.

Het opvoeden van kinderen laat zich meestal wel in goede banen leiden, maar het laat zich nooit volledig en blijvend in regels en afspraken vastleggen. Als er een ouderschapsplan is, zal men daar flexibel mee om moeten gaan. De behoeften en het gedrag van kinderen zijn veranderlijk en ouders reageren daar vaak verschillend op. De een telt zwaar aan een probleem, de ander niet. De een is goed met kleine kinderen, de andere met pubers. De een schiet meteen in de actie, de ander wil het nog even aanzien. De een praat meer met de kinderen, de ander gaat een gesprek uit de weg. Dit soort zaken vraagt om een vermogen om samen problemen en meningsverschillen op te lossen. Als het tijdens het huwelijk al moeilijk was, zal dat na de scheiding vooral bij co-ouderschap tot terugkerende irritaties leiden.

Zijn er oneigenlijke of verborgen motieven voor co-ouderschap?
Schuldgevoelens, angst en de stille wens om contact met je ex te houden, kunnen de onderliggende redenen zijn. In de meeste gevallen is er de oprechte wens om de zorg voor de kinderen gelijk te verdelen. Er kunnen echter ook andere motieven een rol spelen, die begrijpelijk zijn, maar weinig goeds voorspellen voor de kans op slagen van co-ouderschap. Die motieven hebben te maken met hoe ouders hun scheiding beleven.

Veel ‘verlaters’ (of degene die het initiatief voor de scheiding hebben genomen) hebben schuldgevoelens en voelen zich als ouder tekortschieten. De wens voor co-ouderschap is dan een compensatie voor dit gevoel, een manier om het goed te maken.

Voor sommige ex-partners die zich verlaten voelen, kan co-ouderschap een manier zijn om het gezin zoveel mogelijk bij elkaar te houden. Er blijft zo een vorm van intimiteit bestaan. Zeker als de ander begaan is met het verdriet van de ex, kan het moeilijk zijn om hier weerstand tegen te bieden en dus maar akkoord te gaan met co-ouderschap.

Soms eist een ouder zijn of haar kinderen op als een ‘recht’. Vooral als een ouder verlaten is door de ander (of het gevoel heeft dat de ander schuldig is aan deze scheiding), kan er een sfeer ontstaan waarbij hij/zij de kinderen niet aan de ander gunt en voor zichzelf opeist of de ander op deze manier wil straffen.

Vaders kunnen co-ouderschap eisen uit angst voor het verlies van de band met hun kind.

Nadenken over co-ouderschap
Deze blog is niet bedoeld om co-ouderschap te ontmoedigen, maar om ouders te stimuleren om na te denken over waar ze aan beginnen en om eerlijk te zijn over hun mogelijkheden en motieven. De kans op een geslaagd co-ouderschap wordt zo groter. Ik hoop hiermee ook de blik te verruimen, waardoor men misschien open kan staan voor andere mogelijke regelingen: er is veel mogelijk tussen 50/50 co-ouderschap en een weekendregeling. Het kiezen van een goede zorgregeling is maatwerk.

Ontleend aan: Co-ouderschap: tips voor een kritische toets, door J. van der Waerden, MfN Tijdschrift Conflicthantering, nummer 2, 2014

Esmay Verschuren

Your Turn To Talk

Leave a reply:

Your email address will not be published.